beschroomdheid
Uiterlijk
- Geluid: beschroomdheid (hulp, bestand)
- IPA: / bəˈsxromthɛit / (3 lettergrepen)
- be·schroomd·heid
- afleiding van beschroomd met het achtervoegsel -heid
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | beschroomdheid | |
| verkleinwoord |
de beschroomdheid v
- het op een wat angstige manier verlegen zijn
- ▸ Hij heeft ook die laatste tijd vaak over jou gesproken, zei ze, terwijl haar blik van Pierre naar haar gezelschapsdame gleed met een beschroomdheid die Pierre even trof.[1]
- Het woord beschroomdheid staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ “Oorlog en Vrede” (1869), G.A. van Oorschot
, ISBN 9789028251151
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 14
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -heid in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal