beschimpt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·schimpt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van beschimpen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
beschimpen

beschimpt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beschimpen
    • Jij beschimpt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beschimpen
    • Hij beschimpt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van beschimpen
    • Beschimpt! 
  4. voltooid deelwoord van beschimpen