beschieting

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·schie·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beschieting beschietingen
verkleinwoord beschietinkje beschietinkjes

Zelfstandig naamwoord

beschieting v

  1. (militair) het onder zwaar vuur leggen van een vijandelijke positie
    • Er volgde een langdurige beschieting van de belegerde stad. 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be