Naar inhoud springen

beschermend

Uit WikiWoordenboek
  • be·scher·mend
vervoeging van: beschermen
verbogen vorm: beschermende

beschermend

  1. onvoltooid deelwoord van beschermen
  2. attributief gebruikt
  3. bijwoordelijk gebruikt
    • Hij sloeg beschermend zijn armen om haar heen. 
     'Aan niks,' fluister ik en leg mijn hand beschermend op mijn rugzak, met daarin het rapport van Omer.[1]
     De kinderen, teruggedeinsd voor de furie die zich opeens in hun midden had gestort, weken nog verder terug toen steeds meer ordebewakers opdrongen en zich beschermend rond Nicolaas opstelden.[2]
  4. partitief gebruikt
    • Zijn glimlach had iets beschermends en geruststellends. 
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen beschermendbeschermenderbeschermendst
verbogen beschermendebeschermenderebeschermendste
partitief beschermendsbeschermenders-

beschermend

  1. bepaalde narigheid voorkomend
    • Hij draagt een beschermend pak. 
    • Zij was een haar kinderen overdreven beschermende moeder.