beschadiging

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·scha·di·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beschadiging beschadigingen
verkleinwoord beschadigingetje beschadigingetjes

Zelfstandig naamwoord

beschadiging v

  1. aangebrachte schade
    • Er zit een beschadiging op die oude foto, die digitaal verwijderd kan worden. 
  2. het beschadigen van iets of iemand bijv. diens reputatie
    • De beschadiging van deze politicus is in volle gang. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.