berookt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·rookt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van beroken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
beroken

berookt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beroken
    • Jij berookt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beroken
    • Hij berookt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van beroken
    • Berookt! 
  4. voltooid deelwoord van beroken

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.