beroofde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·roof·de

Werkwoord

vervoeging van
beroven

beroofde

  1. enkelvoud verleden tijd van beroven
    • Ik beroofde. 
    • Jij beroofde. 
    • Hij, zij, het beroofde. 
  2. verbogen vorm van beroofd, voltooid deelwoord van beroven