beroepsbevolking

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
beroepsbevolking actief in de landbouw

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·roeps·be·vol·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beroepsbevolking beroepsbevolkingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

beroepsbevolking v

  1. (economie) het aantal mensen in een bepaald gebied dat wil, kan en mag werken voor geld
    • Werklozen worden meegerekend bij de beroepsbevolking. 
    • De meerderheid van de beroepsbevolking in Nederland werkt in de dienstensector. 
     Burn-outs zijn tegenwoordig beroepsziekte nummer 1. Het NRC meldt dat meer dan 14 procent van de werknemers jaarlijks burn-outklachten ondervindt. Zo’n 5 procent van de beroepsbevolking komt als gevolg daarvan langdurig thuis te zitten.[1]

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia