berkenhout

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
1. berkenhout


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ber·ken·hout
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord berkenhout -
verkleinwoord berkenhoutje berkenhoutjes

Zelfstandig naamwoord

berkenhout o

  1. (materiaalkunde) verzaagde stam van een berkenboom Betula op Wikispecies
    • Ze hebben de vuistregel dat ze met z’n tweeën op elk KILO-meubel moeten kunnen staan. Het materiaal waaruit de meubels bestaan, multiplex berkenhout, moet daarom een dikte van precies 18,4 millimeter hebben, zodat de afzonderlijke delen niet wiebelen. [2]
    • Zittend bij de haard in het parlementsgebouw – tien stammen berkenhout liggen klaar voor een knapperend vuur – zet hij zelfverzekerd de eurokritische standpunten van zijn Volkspartij uiteen. [3]
     Er was meer hout nodig voor het haardvuur, Lauritz pakte een paar blokken berkenhout, genoeg om een uur te branden.[4]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen