bergrug

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • berg·rug
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bergrug bergruggen
verkleinwoord bergrugje bergrugjes

Zelfstandig naamwoord

bergrug m

  1. een langgerekte bergachtige hoogte
    • De bergrug leek door weinig passen doorsneden te worden. 
     ‘YeeHaaaaa…’ klonk het opeens vanaf de bergrug boven ons. Een jonge jongen in een Schotse rok kwam keihard in een stofwolk de berg af rennen en sprong onmiddellijk op Pogues rug. Het was de 18-jarige Goldie uit Oostenrijk, een energieke stuiterbal met een opvallend harde stem. Hij gaf me een boks en vertrok meteen de kloof in om water te halen.[1]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be