berghut

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • berg·hut
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord berghut berghutten
verkleinwoord berghutje berghutjes

Zelfstandig naamwoord

berghut v/m

  1. hut die als onderdak voor bergbeklimmers bedoeld is
    • Zij moesten gaan schuilen in een berghut. 
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen