beret
Uiterlijk
- be·ret
| Naar frequentie | 89307 |
|---|
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | beret | bereten | bereter | beretene |
| genitief | berets | beretens | bereters | beretenes |
beret, m
- be·ret
ich beret
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van berede
er, sie, es beret
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van berede
dihr, der beret
- tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van berede (lokale variant)
ihr, er beret
- tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van berede (lokale variant)
er, sie, es beret
- derde persoon enkelvoud toekomende tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van berede
dihr, der beret
- tweede persoon meervoud toekomende tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van berede (lokale variant)
ihr, er beret
- tweede persoon meervoud toekomende tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van berede (lokale variant)
Categorieën:
- Woorden in het Noors
- Woorden in het Noors van lengte 5
- Woorden in het Noors met audioweergave
- Woorden in het Noors met IPA-weergave
- Noorse woorden naar herkomst uit het Engels
- Noorse woorden naar herkomst uit het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Noors
- Kleding in het Noors
- Militair in het Noors
- Woorden in het Pennsylvania-Duits
- Woorden in het Pennsylvania-Duits van lengte 5
- Woorden in het Pennsylvania-Duits met audioweergave
- Woorden in het Pennsylvania-Duits met IPA-weergave
- Werkwoordsvorm in het Pennsylvania-Duits