berekend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·re·kend
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van berekenen: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen berekend berekender berekendst
verbogen berekende berekendere berekendste
partitief berekends berekenders -

Bijvoeglijk naamwoord

berekend

  1. iets dat gemaakt werd na berekeningen
    • De kosten werden na afloop van het evenement berekend. 
  2. ~ op: geschikt voor
    • Deze veerboot is berekend op 200 passagiers. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
berekenen

berekend

  1. voltooid deelwoord van berekenen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.