bereidvaardigs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·reid·vaar·digs

Bijvoeglijk naamwoord

bereidvaardigs

  1. partitief van de stellende trap van bereidvaardig
    • Dat is iets bereidvaardigs...