Naar inhoud springen

berceau

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

[1] De haagbeuklaan van Haut-Maret op Wikipedia (nl) is een berceau met langs beide kanten haagbeuken
[3] Twee berceaus.
Uitspraak
Woordafbreking
  • ber·ceau
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord berceau berceaus
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

de berceaum

  1. pad met aan beide zijden bomen of struiken die aan de bovenzijde met elkaar zijn verbonden, zodat een soort tunnel ontstaat
  2. (bouwkunde) rustplaats in tuin of park, met open wanden en een overkapping bestaand uit een latwerk begroeid met klimplanten
  3. (kunst) (gereedschap) soort beitel met een opstaande halfronde getande rand, waarmee een gepolijste koperen plaat ruw gemaakt wordt bij het vervaardigen van een mezzotint
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

23 % van de Nederlanders;
30 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ber·ceau
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

berceau m

  1. wieg
  2. (figuurlijk) geboorteplaats
  3. (tuinieren) berceau, loofgang
  4. (bouwkunde) wiegvormige boog, gewelf
  5. (kunst) (gereedschap) berceau, soort beitel met een opstaande halfronde getande rand