berceau

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

2 berceaus (gereedschap)
Uitspraak
Woordafbreking
  • ber·ceau
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord berceau berceaus
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

berceau m [2]

  1. een pad waarbij aan beide zijden heggen staan, die aan de bovenzijde met elkaar zijn verbonden, zodat een soort tunnel ontstaat
  2. prieel
  3. (gereedschap) halfcylindervormig werktuig, waarmee een gepolijste koperen plaat ruw gemaakt wordt
Synoniemen

Gangbaarheid

21 % van de Nederlanders;
29 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen