beraadslaag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·raad·slaag

Werkwoord

vervoeging van
beraadslagen

beraadslaag

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beraadslagen
    • Ik beraadslaag. 
  2. gebiedende wijs van beraadslagen
    • Beraadslaag! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beraadslagen
    • Beraadslaag je?