beraadde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·raad·de

Werkwoord

vervoeging van
beraden

beraadde

  1. enkelvoud verleden tijd van beraden
    • Ik beraadde. 
    • Jij beraadde. 
    • Hij, zij, het beraadde. 
Synoniemen