Naar inhoud springen

beraad

Uit WikiWoordenboek
  • be·raad
enkelvoud meervoud
naamwoord beraad (beraden)
verkleinwoord (beraadje) (beraadjes)

hetberaado

  1. zorgvuldige gezamenlijke of innerlijke afweging van feiten en meningen
    • Toen het ongeluk gebeurde moest er snel beraad gevoerd worden met alle hulpdiensten. 
     Na intern beraad hebben we besloten dat het, ondanks je geweldige staat van dienst, op dit moment niet verstandig is de column over binding en hechting te introduceren in ons volgende nummer.[4]
     Op de zevende dag van hun beraad zijn ze met dit unanieme oordeel gekomen.[5]
  • na rijp beraad
    na uitgebreide discussie of overdenking
 Na rijp beraad werd besloten hem te ontslaan. 
  • in beraad houden
    nog niet onmiddellijk beslissen over
 Wij zullen uw offerte in beraad houden. 
vervoeging van
beraden

beraad

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beraden
    • Ik beraad. 
  2. gebiedende wijs van beraden
    • Beraad! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beraden
    • Beraad je? 
99 %van de Nederlanders;
96 %van de Vlamingen.[6]
enkelvoud meervoud
naamwoord beraad berade

beraad

  1. beraad, overleg, conferentie
    «Ek wonder hoeveel koolstof word die lug ingestuur deur sulke nuttelose internasionale berade
    Ik vraag me af hoeveel koolstof er de lucht ingaat door dit soort nutteloze internationale conferenties.