beraad

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·raad
enkelvoud meervoud
naamwoord beraad beraden
verkleinwoord beraadje beraadjes

Zelfstandig naamwoord

beraad o

  1. overweging, overleg
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
beraden

beraad

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beraden
    Ik beraad.
  2. gebiedende wijs van beraden
    Beraad!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beraden
    Beraad je?


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord beraad berade

Zelfstandig naamwoord

beraad

  1. beraad, overleg, conferentie
    «Ek wonder hoeveel koolstof word die lug ingestuur deur sulke nuttelose internasionale berade
    Ik vraag me af hoeveel koolstof er de lucht ingaat door dit soort nutteloze internationale conferenties.