beproefde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·proef·de

Bijvoeglijk naamwoord

beproefde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van beproefd

Werkwoord

vervoeging van
beproeven

beproefde

  1. enkelvoud verleden tijd van beproeven
    • Ik beproefde. 
    • Jij beproefde. 
    • Hij, zij, het beproefde. 
  2. verbogen vorm van beproefd, voltooid deelwoord van beproeven