bepleistering
Uiterlijk

- Geluid: bepleistering (hulp, bestand)
- IPA: / bə'plɛɪstərɪŋ / (5 lettergrepen)
- be·pleis·te·ring
- afleiding van Naamwoord van handeling van bepleisteren met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bepleistering | bepleisteringen |
| verkleinwoord |
- (bouwkunde) laag kalk of pleister die als afwerking op een muur of wand is gesmeerd
- ▸ Tussen de ranken hielden zich talrijke hagedissen en insekten op, die zich op de gebarsten bepleistering door de zon lieten koesteren of onder de schaduwrijke bladeren verkoeling zochten.[2]
- ▸ We liepen tegen de afschilferende bepleistering aan, maten elkaar met de blik en keken elkaar in de ogen.[2]
- Het woord bepleistering staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- 1 2 Péter Nádas“Het boek der herinneringen” (1986), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9055154407
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 5 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ing in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bouwkunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal