bepalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·pa·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van paal met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bepalen
bepaalde
bepaald
zwak -d volledig

Werkwoord

bepalen

  1. (overgankelijk) met palen afzetten
  2. (overgankelijk) vaststellen, voorschrijven, regelen
    Ik heb de afstand tot Groningen bepaald.
  3. (overgankelijk) beslissend beïnvloeden
    Iedereen mag meepraten, maar de arts is toch degene die bepaalt wat er gebeurd.
  4. zijn aandacht ~ op iets: beperken, richten
    Hij bepaalt zijn aandacht op de hoofdzaak, details laat hij aan zijn personeel over.
  5. zich ~ tot: zich beperken tot
    Laten we niet in details treden, maar ons bepalen tot de hoofdzaak.
Vertalingen