bensì

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Italiaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ben·sì

Voegwoord

bensì

  1. maar, maar veeleer
    «non arrivano sabato, bensì domenica»
    ze komen niet aan op zaterdag, maar op zondag