benodigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·no·di·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
benodigen
benodigde
benodigd
zwak -d volledig

Werkwoord

benodigen

  1. (overgankelijk) nodig hebben
    De ondersteuning van het leger was benodigd om het karwei te klaren.
Verwante begrippen
Vertalingen