benedenrivier
Uiterlijk
- be·ne·den·ri·vier
- samenstelling van beneden en rivier zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | benedenrivier | benedenrivieren |
| verkleinwoord | benedenriviertje | benedenriviertjes |
- (waterbeheer) zo ver stroomafwaarts bij een rivier dat eb en vloed waarneembaar zijn
- Het woord benedenrivier staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.