bemonsterde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·mon·ster·de

Werkwoord

vervoeging van
bemonsteren

bemonsterde

  1. enkelvoud verleden tijd van bemonsteren
    • Ik bemonsterde. 
    • Jij bemonsterde. 
    • Hij, zij, het bemonsterde. 
  2. verbogen vorm van bemonsterd, voltooid deelwoord van bemonsteren