beminnelijkers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·min·ne·lij·kers

Bijvoeglijk naamwoord

beminnelijkers

  1. partitief van de vergrotende trap van beminnelijk
    • Dat is iets beminnelijkers...