bemiddelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·mid·de·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bemiddelen
bemiddelde
bemiddeld
zwak -d volledig

Werkwoord

bemiddelen

  1. inergatief trachten overeenstemming tussen twee partijen tot stand te brengen
    • Er is al veel bemiddeld tussen Israël en de Palestijnen, maar vrede is er nog steeds niet. 
  2. (economie) proberen vraag en aanbod met elkaar in overeenstemming te brengen
    • Het uitzendbureau bemiddelt tussen een bedrijf dat personeel zoekt en een uitzendkracht die werk zoekt. 
  3. overgankelijk iemand door bemiddeling aan een functie helpen
    • P. V. werd bemiddeld bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen