bemiddelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·mid·de·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bemiddelen
bemiddelde
bemiddeld
zwak -d volledig

Werkwoord

bemiddelen

  1. inergatief trachten overeenstemming tussen twee partijen tot stand te brengen
    • Er is al veel bemiddeld tussen Israël en de Palestijnen, maar vrede is er nog steeds niet. 
     Ze hadden bemiddeld tussen de politieleiding in Stockholm en de vertegenwoordigers van de VNBG, de Verenigde Nationaal Bevrijdingsfront Groepen.[2]
  2. (economie) proberen vraag en aanbod met elkaar in overeenstemming te brengen
    • Het uitzendbureau bemiddelt tussen een bedrijf dat personeel zoekt en een uitzendkracht die werk zoekt. 
  3. overgankelijk iemand door bemiddeling aan een functie helpen
    • P. V. werd bemiddeld bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. bemiddelen op website: Etymologiebank.nl
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “1968, De grote eeuw deel 7” (2017), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044633535
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be