bematten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·mat·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bematten
bematte
bemat
zwak -t volledig

Werkwoord

bematten

  1. overgankelijk bedekken met matten
    • De ruimte werd opnieuw bemat. 

Werkwoord

vervoeging van
bematten

bematten

  1. meervoud verleden tijd van bematten
    • Wij bematten. 
    • Jullie bematten. 
    • Zij bematten. 

Gangbaarheid

63 % van de Nederlanders;
48 % van de Vlamingen.