beleefde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·leef·de

Bijvoeglijk naamwoord

beleefde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van beleefd
     Daarna volgde er bewonderend gemurmel dat meer dan alleen beleefde noodzaak was.[1]

Werkwoord

vervoeging van
beleven

beleefde

  1. enkelvoud verleden tijd van beleven
    • Ik beleefde. 
    • Jij beleefde. 
    • Hij, zij, het beleefde. 
     De emotionele oprisping beleefde een terugslag.[2]
     Toch was het alsof hij iets uit zijn jeugd opnieuw beleefde, maar deze keer met een betere uitrusting.[3]
  2. verbogen vorm van beleefd, voltooid deelwoord van beleven


Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044625691
  2. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  3. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142