belading

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·la·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord belading beladingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

belading v [1]

  1. vracht die een voertuig transporteert
    • In Nederland levert Hytruck lichtere elektrische vrachtwagenmodellen tot 19 ton, waarbij een DAF- chassis gebruikt wordt. De vrachtwagens, die afhankelijk van de belading 150 tot 200 kilometer kunnen rijden, worden gebruikt door onder meer Heineken, Sligro en De Rooy Transport. Een andere aanbieder is Emoss uit Oosterhout, die vrachtwagens tot 28 ton maakt, ook op basis van een DAF-onderstel. [2] 
  2. een voertuig voorzien van vracht
    • Hoe zit het ook alweer met belading van je auto? In Frankrijk en meer landen geldt dat je lading aan de voorzijde niet mag uitsteken. Aan de achterzijde van het voertuig mag de lading tot wel drie meter uitsteken. [3] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen