bekroning

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·kro·ning
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van bekronen met het achtervoegsel -ing [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord bekroning bekroningen
verkleinwoord bekroninkje bekroninkjes

Zelfstandig naamwoord

bekroning v

  1. toekenning van een prijs als eerbetoon
  2. (figuurlijk) prestatie die het sluitstuk een reeks successen vormt
     Normaal gezien is licht als lucht, in die zin dat je vooral bij ontstentenis ervan in de verleiding komt te reflecteren op het belang ervan. Maar hier leek het licht door mensenhanden gemaakt, bij wijze van bekroning van de architectuur, als een laag bladgoud over een sculptuur of als een met zorg aangebrachte vernislaag over de voorstelling die deze van zichzelf had geschilderd. Maar deze vergelijkingen zijn te statisch, want daarbij was het licht voortdurend in beweging, alsof het de schaduwen achternazat.[2]
  3. (bouwkunde) bovenstuk als versiering op een gebouw
  4. (militair) (geschiedenis) verhoging van geschikte punten op de borstwering van een loopgraaf om als bescherming voor de eigen schutters

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen