bekomen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bekomen
bekwam
bekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

bekomen [2]

  1. een goede of slechte uitwerking hebben
    • Het eten is mij niet goed bekomen. 
  2. ergatief herstellen
    • Toen hij van de schrik was bekomen, kon hij eindelijk weer helder nadenken. 
  3. overgankelijk in eigendom krijgen*
    • Hij wilde het nieuwe album van Robbie Williams bekomen. 
Opmerkingen
  • De betekenis "in eigendom krijgen" is in Nederland na de 19e eeuw niet meer gangbaar.[3][4]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van bekomen: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)

Werkwoord

vervoeging van: bekomen…
geen verbogen vorm

bekomen

  1. voltooid deelwoord van bekomen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen