bekoelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·koe·len
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

bekoelen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bekoelen
bekoelde
bekoeld
zwak -d volledig
  1. (figuurlijk) koel worden, rustiger worden
    • Een Europees leger is er nog lang niet. Maar nu de relatie met de VS lijkt te bekoelen, is er meer bereidheid tot militaire samenwerking.[2]  
    • Terwijl de SP geen enkele moeite doet om minder mensen afhankelijk te maken van uitkeringen, Nederland te laten profiteren van de voordelen van de Europese samenwerking, de krappe arbeidsmarkt iets te bekoelen door Oost-Europese werknemers toe te laten of daadwerkelijk iets te dóen voor de mensen in wijken als Slotervaart, zijn dát juist de punten waar de kracht van de PvdA kan liggen. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Stephane Alonso 6 maart 2017
  3. NRC Michiel Emmelkamp 4 juni 2008