bekoelde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·koel·de

Deelwoord

bekoelde

  1. verbogen vorm van het voltooid deelwoord bekoeld van bekoelen

Werkwoord

vervoeging van
bekoelen

bekoelde

  1. enkelvoud verleden tijd van bekoelen
    • Ik bekoelde. 
    • Jij bekoelde. 
    • Hij, zij, het bekoelde.