beknijpen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·knij·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beknijpen
bekneep
beknepen
klasse 1 volledig

Werkwoord

beknijpen

  1. overgankelijk aan knijpen onderwerpen
    • De veearts bekneep de hoef van het paard om te zien of er sprake was van gevoeligheid. 
  2. wederkerig (scheepvaart) een proces waarbij het ene touw het andere doet vast zetten
    • Dit is voor stengen met achtkantige hielingen, waarbij de windreepen elkander in de steng kruisen en bij het strijken in het hart niet kunnen beknijpen, [...]. [1] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Handleiding tot de kennis van het tuig, de masten, zeilen enz. van het schip. Jan Carel Pilaar blz 185, 1858