beklijfde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·klijf·de

Werkwoord

vervoeging van
beklijven

beklijfde

  1. enkelvoud verleden tijd van beklijven
    • Ik beklijfde. 
    • Jij beklijfde. 
    • Hij, zij, het beklijfde. 
  2. verbogen vorm van beklijfd, voltooid deelwoord van beklijven