bekleed

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·kleed
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van bekleden: de stam zonder -d omdat de stam al op -d eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bekleed bekleder bekleedst
verbogen beklede bekledere bekleedste
partitief bekleeds bekleders -

Bijvoeglijk naamwoord

bekleed

Antoniemen

Werkwoord

vervoeging van
bekleden

bekleed

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekleden
    • Ik bekleed. 
  2. gebiedende wijs van bekleden
    • Bekleed! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekleden
    • Bekleed je? 
  4. voltooid deelwoord van bekleden

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.