beklaagde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·klaag·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beklaagde beklaagden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

beklaagde v/m

  1. iemand die voor de rechter van iets beschuldigd wordt
    • De beklaagde ontkende alle schuld. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
beklagen

beklaagde

  1. enkelvoud verleden tijd van beklagen
    • Ik beklaagde. 
    • Jij beklaagde. 
    • Hij, zij, het beklaagde. 
  2. verbogen vorm van beklaagd, voltooid deelwoord van beklagen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.