bekapping

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

bekapping
Uitspraak
Woordafbreking
  • be·kap·ping
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bekapping bekappingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bekapping v

  1. het geraamte waarop men de dakbedekking kan bevestigen
    • De unieke vorm en met name het design – een aluminiumconstructie met een volledig glazen bekapping – onderscheidde ING van concurrent ABN Amro. Die huisde aan de overkant, in een meer klassiek, betonnen gebouw. Het ING-gebouw was volledig transparant. Dat vonden de bestuurders wel een mooi contrast. “Banken waren voorheen een soort burchten”, zegt Meyer. Ondoordringbare forten, waarvan mensen niet weten wat er binnen gebeurt. [1] 
    • De muren, die de zijwaartse druk van de gewelven moesten opvangen, werden voorafgaand aan het slaan van het welfsel gestabiliseerd met de trekbalken van de bekapping. Bovendien bood een bekapping of dak bescherming tegen hemelwater en vorst, zodat de mortel van het voegwerk en de beraping van de gewelven gemakkelijker droogde en de verstening daarbij sneller verliep. [2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.

Verwijzingen