bekalkten

From WikiWoordenboek
Jump to navigation Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·kalk·ten

Werkwoord

vervoeging van
bekalken

bekalkten

  1. meervoud verleden tijd van bekalken
    • Wij bekalkten. 
    • Jullie bekalkten. 
    • Zij bekalkten. 

Gangbaarheid