bejegenen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·je·ge·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘behandelen’ voor het eerst aangetroffen in 1350 [1]
  • afgeleid van jegens met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bejegenen
bejegende
bejegend
zwak -d volledig

Werkwoord

bejegenen

  1. overgankelijk iemand op een bepaalde wijze behandelen
    • Buitenlandse immigranten worden niet altijd even vriendelijk bejegend. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen