bejaardenwoning

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
1. huis dat door ligging, omvang en ontwerp geschikt is voor mensen met een hogere leeftijd

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·jaar·den·wo·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bejaardenwoning bejaardenwoningen
verkleinwoord bejaardenwoninkje bejaardenwoninkjes

Zelfstandig naamwoord

bejaardenwoning v

  1. huis dat door ligging, omvang en ontwerp geschikt is voor mensen met een hogere leeftijd
    • Ook de termen ‘senior’ en ‘bejaard’ moeten volgens Hospers eigenlijk voorzichtig worden gebruikt. „Het grote probleem met bijvoorbeeld seniorenmarketing is: niemand wil horen dat hij oud is. Probeer hier in Nederland maar eens een bejaardenwoning als zodanig te promoten, dat is erg lastig. Maar noem je het design for all dan wordt het een ander verhaal.” [1]
    • Wanneer wij aannemen dat driekwart van deze 284.000 bejaarden zichzelf huisvesting en verzorging kan verschaffen, bleven er altijd nog de 70.000, die op de hulp van anderen zijn aangewezen, en nu in nood verkeren, of die graag hun te ruime woning voor een gerieflijke bejaardenwoning met de zekerheid van hulp en verzorging, als die nodig mochten zijn, willen ruilen. [2]
    1. corporatiewoning die alleen aan mensen op hogere leeftijd verhuurd wordt
      • Ja, zuster Bijdevaate woonde nog steeds in het dorp. Ze had nu een aardige bejaardenwoning toegewezen gekregen en bracht veel tijd door met kerkenwerk. [3]
Opmerkingen
  • Bij de ligging moet gedacht worden aan bereikbaarheid van voorzieningen, bij de omvang aan een- of tweepersoonshuishoudens en bij het ontwerp aan zaken als levensloopbestendigheid zoals gelijkvloerse kamers, voorkomen van vallen en andere ergonomische punten.
Synoniemen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen