behulpzaam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·hulp·zaam
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen behulpzaam behulpzamer behulpzaamst
verbogen behulpzame behulpzamere behulpzaamste
partitief behulpzaams behulpzamers -

Bijvoeglijk naamwoord

behulpzaam

  1. bereid om te helpen
    • Hij kreeg laatst een prijs als het behulpzaamste lid van de vereniging. 
     De bedoeling van dit boek is hierbij behulpzaam te zijn. In de vele lees- en voorleesverhalen en de korte documentaties wordt iets van de oorsprong en de viering van onze jaarfeesten belicht.[1]
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 7