beheerster
Uiterlijk
- Geluid: beheerster (hulp, bestand)
- be·heer·ster (zelfstandig naamwoord)
- be·heers·ter (bijvoeglijk naamwoord)
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | beheerster | beheersters |
| verkleinwoord | beheerstertje | beheerstertjes |
de beheerster v
- (beroep) een vrouwelijk persoon die het beheer voert
- De beheerster sloot de deuren om vijf uur.
beheerster
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van beheerst
- Het woord beheerster staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.