beheerster

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·heer·ster
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beheerster beheersters
verkleinwoord beheerstertje beheerstertjes

Zelfstandig naamwoord

beheerster v

  1. een vrouwelijk persoon die het beheer voert
    • De beheerster sloot de deuren om vijf uur. 


Woordafbreking
  • be·heers·ter

Bijvoeglijk naamwoord

beheerster

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van beheerst

Gangbaarheid