beheerste

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·heers·te

Bijvoeglijk naamwoord

beheerste

  1. verbogen vorm van de stellende trap van beheerst

Werkwoord

vervoeging van
beheersen

beheerste

  1. enkelvoud verleden tijd van beheersen
    • Ik beheerste. 
    • Jij beheerste. 
    • Hij, zij, het beheerste. 

Bijvoeglijk naamwoord

beheerste

  1. verbogen vorm van de stellende trap van beheerst