beheerst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·heerst

Werkwoord

vervoeging van
beheersen

beheerst

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beheersen
    • Jij beheerst. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beheersen
    • Hij beheerst. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van beheersen
    • Beheerst! 
  4. voltooid deelwoord van beheersen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen beheerst beheerster (beheerstst) *
verbogen beheerste beheerstere (beheerstste) *
partitief beheersts beheersters -

Bijvoeglijk naamwoord

beheerst

  1. zonder uitspatten
    • De beheerste reactie was erg netjes na zo'n zware en directe aanval. 
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest beheerst(e)" worden gebruikt.[1][2]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen