beheerser

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·heer·ser
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beheerser beheersers
verkleinwoord beheersertje beheersertjes

Zelfstandig naamwoord

beheerser m

  1. iemand die iets beheerst
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.