behapt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·hapt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van behappen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
behappen

behapt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van behappen
    • Jij behapt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van behappen
    • Hij behapt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van behappen
    • Behapt! 
  4. voltooid deelwoord van behappen