behangen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·han·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van hangen met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
behangen
behing
behangen
klasse 7 volledig

Werkwoord

behangen

  1. overgankelijk het bedekken van wanden met een laag papier
    • Voordat we de muur konden behangen moesten we eerst het oude behangsel verwijderen. 
  2. overgankelijk bedekken door er iets aan, op of tegen te hangen
    • Vrolijke drinkers, bevallige dames en groteske boeren behingen de muren van menig grachtenpand. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
behangen

behangen

  1. voltooid deelwoord van behangen

Zelfstandig naamwoord

behangen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord behang

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie