begrotingssaldo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·gro·tings·sal·do
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord begrotingssaldo begrotingssaldi
begrotingssaldo's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

begrotingssaldo o

  1. (economie) het tekort of het overschot over de begroting, uitgedrukt in geld, van een publieke of private instelling


Meer informatie

Gangbaarheid